Wapens
Het moderne schermen kent drie wapens: floret, degen en sabel. Op alle drie de wapens wordt in een partij om vijf, tien of vijftien punten (treffers) geschermd. De werkelijke speeltijd bedraagt drie minuten. Het electrisch schermen is geleidelijk aan ingevoerd. In 1840 neemt de beroemde Houdini een octrooi op een elektrisch schermkostuum. In 1855 organiseert de Société d’escrime de Liège een wedstrijd op elektrisch degen. Maar het electrisch schermen wordt pas in de 20e eeuw verplicht op alle wedstrijden: degen in 1936, floret in 1955 en als laatste sabel in 1989.
Degen
Van oudsher het duelleerwapen. Dit is het wapen met de minste spelregels: de schermer die het eerst wordt geraakt, krijgt een punt tegen. Als beiden tegelijk treffen, hebben beiden ook een punt. Het hele lichaam is trefvlak. De bekende drie musketiers duelleerden met hun tegenstanders op dit wapen.
Floret
Oorspronkelijk het trainingswapen voor degen, maar uitgegroeid tot een volwassen tak van schermen. Net als degen is de floret een steekwapen met echter alleen de romp als trefvlak. Er gelden hier spelregels (recht van aanval) voor de gevechtsgang, waardoor er een geheel andere wijze van schermen ontstaat. Dit wapen is zeer geschikt om de beginselen en basistechniek van het schermen onder de knie te krijgen en wordt daarom bij de beginnerscursus gebruikt.
Sabel
Dit wapen werd oorspronkelijk gebruikt door de cavalerie. Dat is de reden waarom bij sabel het trefvlak zich niet uitstrekt tot de benen: wanneer iemand te paard getroffen werd in de benen kon hij meestal nog blijven zitten en doorvechten. Sabel is het enige wapen waarmee niet alleen gestoken, maar ook gehouwen mag worden. Ook hier gelden spelregels, zoals het recht van aanval, die de gevechtsgang bepalen.
